Hathor Consort & Hana Blažíková o.l.v. Romina Lischka 

Heavenly & Earthly Love

BE & CZ

Het Hathor Consort - genoemd naar Hathor, een moedergodin uit de Egyptische mythologie – werd in 2012 opgericht door Romina Lischka. Onder haar artistieke leiding wijdt het consort zich aan muziek uit renaissance en barok waarin een strijkersensemble van gamba's centraal staat. Tegelijkertijd zoekt de groep naar nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden waarin dit geraffineerde kamermuziekrepertoire van Europese oorsprong in multidisciplinaire en interculturele concertvormen wordt gecombineerd met oude muziek van andere continenten en met hedendaagse muziek, wereldmuziek en dans.

De Italiaanse componiste en zangeres Barbara Strozzi haalde met haar verbluffende compositorische output als een van de weinige vrouwelijke barokcomponisten de geschiedenisboeken en wordt vandaag voornamelijk herinnerd omwille van haar erotische liefdesliederen. Hathor Consort en sopraan Hana Blazikova brengen met hun interpretatie het terugkerende thema van de liefde en diens perikelen ter ontdekking waarin expressieve tranen en zuchten klinken boven een gestage, intrieste baslijn.

Hathor_Consort_BW-0462-2.jpg
  • YouTube

“Laten jouw borsten als trossen van de wijnstok zijn, je adem als de geur van appels, je tong als zoete wijn, waarin mijn kussen baden”. (Hooglied: 7) De erotische teksten uit het Bijbelse Hooglied nemen een bijzondere plaats in binnen de Hebreeuwse Bijbel. Het seksuele verlangen tussen mensen van vlees en bloed staat centraal. Om de duidelijk aanwezige erotiek toch te kaderen als een vorm van goddelijke en geen menselijke liefde, interpreteert het Jodendom het Hooglied als een allegorie van de relatie tussen God en Israël, terwijl het Christendom het naar elkaar verlangende koppel als een allegorie van Christus en zijn ‘bruid’, de Kerk, begrijpt.

De omstreden inhoud van het Hooglied weerhield componisten niet om de prikkelende woorden op muziek te zetten, zoals in het geval van Giovanni Pierlugi da Palestrina (1525-1594) en diens 29-delige motettencyclus Canticum Canticorum. Ook Palestrina begrijpt het Hooglied geenszins als een vertelling van menselijke liefde, maar als “de goddelijke liefde voor Christus en zijn bruid, de ziel”. In de intussen beroemd geworden dedicatie, waarin Palestrina de cyclus opdraagt aan Paus Gregorius XIII, bekent de componist de zonde te hebben begaan om in het verleden wereldlijke liefdespoëzie te verklanken.